sep. 2011

Een nieuwe Eerste Wereldoorlog.

Niemand zal mij kunnen beschuldigen van een irrationele haat ten opzichte van computers en ICT, integendeel. Maar toch is er iets aan de hand, iets gevaarlijks, waarbij computers een héél belangrijke rol spelen. Voor het gemak wordt het echter door zowat iedereen ofwel genegeerd, ofwel doelbewust verzwegen. Ik heb het denk ik al eens eerder ergens gezegd of geschreven, maar goed, dan val ik maar eens in herhaling.  
We zitten middenin een nieuwe Eerste Wereldoorlog, maar we beseffen het schijnbaar niet. De eerste oorlog tussen mensen en machines. En we gaan ’m verliezen, zoals het er nu naar uitziet. Big Time!
De beurs is géén verzameling mensen, maar een verzameling machines. De onwaarschijnlijke fluctuaties op de beurzen, die allerlei waanzinnige, irrationele en perverse effecten hebben, worden in de eerste plaats veroorzaakt door computers, niet door mensen die eerst even nadenken hoeveel winst ze kunnen maken. Uiteraard zijn deze computers geprogrammeerd door mensen, maar die zijn de controle ondertussen echt wel kwijtgeraakt, en dus reageren beurzen - computers dus - nu volautomatisch, en daardoor buiten alle proporties. Voor de gevolgen van hun acties zijn die machines uiterààrd volledig ongevoelig. (Er is overigens een goed gedocumenteerd voorval van een beursval van 85% in één enkele minuut, in de US, veroorzaakt door een programmafoutje in een aantal computers! De enige redding was toen de hele beurs gedurende vijf minuten stilleggen. Alleen wist men niet of dat wel zou lukken. Of de machines het niet zouden beletten!!)
Dit gebruik van ’autonome’ computers geeft ook nog een andere mogelijkheid: computers kunnen perfect legaal worden geprogrammeerd om een munt of een land systematisch aan te vallen op de beurs, met alle gevolgen van dien. En neen, zegt men dan, het zijn niet de mensen die dit doen, maar machines - kunnen wij het helpen dat onze machines logisch inspelen op evoluties?
Grijns grijns.
Wie wint er? Je vraagt het je af. Wie verliest er? Wij allemaal, zo ongeveer. Op enkelen na. Die we rustig laten begaan, tot de boel ontploft.  
Weten de groten dit niet? Natuurlijk wel. Maar de kleintjes, wij dus, zijn met teveel om ze wakker te schudden, want dan worden ze oncontroleerbaar. Beter, effectiever, en historisch gezien altijd al succesvol, is het mikken op de drie universele zwakheden van de mensensoort: hebzucht, luiheid en angst.
Het straffe is dat dit al duizendén - letterlijk - jaren gebruikt wordt, en het steeds weer opnieuw lukt.
Ook nu weer.
Een troost? We blijven alvast onze historische zelf en leren niks, ook niet van onze zich steeds weer opnieuw herhalende voorgeschiedenis.
Zoals de Chinese filosoof Sou Te Weng stelde: the size of disasters equals the size of the existing economy. Long live globalisation...  

I know not with what weapons World War III will be fought, but World War IV will be fought with sticks and stones.
Albert Einstein

Een boek.

Het gebeurt hier niet zo dikwijls dat ik het over een boek heb. Nu dus wel.
Het boek dat ik momenteel lees, is mijns inziens een boek dat iedereen zou moeten lezen. Nu ja, iedereen: iedereen die ook maar een ietsepietsie geïnteresseerd is in geschiedenis. En niet zomaar ’een’ geschiedenis: letterlijk de geschiedenis van de mensheid, van de samenlevingen, de beschavingen die het dier ’mens’ sinds het moment dat hij uit de bomen ’viel’ heeft proberen te bouwen, zowel in het klassieke Westen als in het klassieke Oosten. Te beginnen met vele duizenden jaren geleden.
Onze geschiedenis. Waaruit we zoveel zouden kunnen leren - als we dat alleen maar zouden willen.
De auteur is niet voor niks archeoloog, natuurlijk.
De basisvraag is intrigerend: waarom heeft het Westen momenteel een voorsprong het Oosten, hoe zal deze situatie evolueren, en wat zijn de bepalende factoren van evoluties en instortingen, als je de geschiedenis bestudeert.
Een boek dat probeert om de grote waarheid ’een mens leert niet van zijn fouten’ te duiden, en tegelijk tracht om een reeks historische inzichten te bundelen, opdat onze generaties niet nog maar eens opnieuw dezelfde fouten zouden maken. Het maakt duidelijk dat we deel uitmaken van een groter geheel, een geheel dat in constante evolutie is, en waarin absolute, eeuwigdurende situaties niet bestaan.
Alles kán groeien, alles kán instorten, alles volgt een perfect duidbare logica - en dat is nooit anders geweest.
Het maakt de huidige stand van zaken in de wereld veel minder onbegrijpelijk - en daarvoor alleen al vind ik het een aanrader.
Een bangelijk boek? Inderdaad. Helder geschreven, met de nodige humor zelfs. Maar bangelijk.
A wake-up call.
Een must voor onze politici, ook. Maar ja, die hebben het te druk in hun minispeeltuintjes, natuurlijk.
Wees slimmer. Lees het.

Why the West rules - For now. Ian Morris (op Amazon.co.uk)
of
De val van het Westen - Hoelang houdt de westerse dominantie nog stand? Ian Morris. (Bol.com)


The man who doesn’t read good books has no advantage over the man who can’t read them.
Mark Twain.

Suggestie voor een advertentie

Dames en heren van de reclamewereld, ziehier een gratis scenario. U mag dit gebruiken zonder verwijzing of copyright. Een cadeautje. zomaar.  
Zonder dank. Graag gedaan.  
Startbeeld: een overvolle trein, stilstaand in het station Brussel-Noord. Het is middag, geen drukte, dus dit is eigenlijk geen normale situatie. Meteen duidelijk: er is iets aan de hand. Een beeld van een van die leuke stations’klokken’ kan een leuke bijkomstigheid zijn. (Die ‚klokken’ hebben overigens allerlei leuke tics: secondewijzers die per 2 seconden verspringen, of per minuut... Of niet.)
Op het elektronische aankondigingsscherm van het perron, dat de reizigers in de trein niet kunnen zien, staat in rood het aantal minuten aangegeven dat de trein vertraging heeft. Dit getal wordt in dit specifieke geval stelselmatig groter. De vertraging groeit, nogmaals, zonder dat de reizigers IN de trein dit kunnen zien.
In de trein heerst absolute stilte. Er wordt in de trein niets omgeroepen of meegedeeld.
In die trein zijn na een tijdje, uiteraard, alsmaar meer verbaasde gezichten te zien. Men weet nog steeds duidelijk van niks.
Op het perron lopen ondertussen vier (4!) geüniformeerde NMBS’ers rond. Drie daarvan zijn inspecteurs, die de vierde moeten controleren. De drie blijven op het perron, samen, en lachen de vierde overduidelijk uit. Een georganiseerde vertraging? Als examen misschien? Die arme vierde weet eigenlijk niet waar eerst te springen, maar tegelijk is het ook duidelijk dat hij nergens van af weet. Ook hij heeft geen informatie gekregen, en dit blijft zo.
Dan, inzoomen naar een reiziger, die een smartphone bovenhaalt. (Iemand een idee voor een goed Nederlands woord voor ’smartphone’?) Deze reiziger surft via zijn toestel op internet naar de site ’railtime’, en leest daar dat er een storing is aan de seininrichting in Brussel-Zuid. De reiziger bazuint dit uit in zijn rijtuig, een paar andere passagiers vragen bijzonderheden, en geven het nieuws daarna op hun beurt door. De reiziger doet zelfs de moeite om het nieuws aan de ene nmbs’er van dienst te melden. Deze is dankbaar, en roept de informatie prompt om via de intercom van de trein.
Terug zoomen naar de reiziger. Deze legt zijn ’smartphone’ op een treintafeltje.
Inzoomen op het merk.
Slogan:
xxxxxxx (merk naar keuze) houdt je op de hoogte.
Of:
met de NMBS kom je dan wel te laat, maar met een xxxxxx weet je altijd waarom.  

The beginning of knowledge is the discovery of something we do not understand.
Frank Herbert.